Basis en techniek

Welk glas waarvoor, en waarom het meer uitmaakt dan u denkt

Leeg cocktailglas op witte achtergrond met dunne steel en brede kelk
Foto: Evan-Amos — Public domain · Wikimedia Commons

Een glas is geen decoratie

De vorm van een glas doet drie dingen. Hij bepaalt hoeveel oppervlak er in contact staat met de lucht, en dus hoe snel de drank opwarmt. Hij bepaalt hoe de geur naar uw neus komt. En hij bepaalt, meer dan wie ook toegeeft, hoeveel u inschenkt.

Dat laatste is meetbaar: in een breed, laag glas schenken mensen aanzienlijk meer dan in een hoog, smal glas van dezelfde inhoud. Wie thuis met een tumbler werkt, maakt vrijwel altijd sterkere drankjes dan hij denkt.

Met vier glazen komt u er

Een tumbler, laag en zwaar, voor alles met ijs dat u langzaam drinkt: whisky, negroni, old fashioned. Het gewicht in de bodem is niet luxe maar praktisch — hij valt minder snel om.

Een longdrinkglas, hoog en smal, voor gin-tonic en alles met veel mixer. Smal houdt de bubbels langer vast en houdt de drank kouder.

Een coupe of cocktailglas op voet, voor drankjes zonder ijs: daiquiri, martini, sour. De voet is er om te voorkomen dat uw hand de drank opwarmt, en dat is precies waarom u zo'n glas bij de steel vasthoudt.

En een wijnglas, dat verrassend goed werkt voor spritz en voor alcoholvrije mixen met veel aroma.

Wie krap in de kast zit: een longdrinkglas en een tumbler dekken samen verreweg het meeste. Een coupe is puur winst voor drankjes zonder ijs, maar geen voorwaarde — een klein wijnglas doet in de praktijk hetzelfde werk, zolang u het bij de steel vasthoudt.

Koud glas, warme fout

Een drankje zonder ijs komt in een glas op kamertemperatuur en warmt daardoor binnen een paar minuten op. Dat is de reden dat een martini thuis zelden zo goed is als in een bar.

Zet glazen daarom een kwartier in de vriezer, of vul ze tot vlak voor het schenken met ijs en water en gooi dat weg. Dat kost geen moeite en scheelt meer dan welke duurdere gin ook.

Voor drankjes mét ijs is het minder belangrijk, maar het helpt nog steeds: in een koud glas smelt uw eerste ijs minder snel weg.

Wat u niet nodig heeft

Speciale glazen per cocktail zijn leuk maar zelden nodig. Een tiki-mok, een julep-beker of een glas met een eigen naam voor één drankje zijn verzamelobjecten, geen voorwaarde.

Wat wel de moeite waard is: dunne randen. Een glas met een dikke, opstaande rand verandert hoe de drank uw mond binnenkomt en maakt alles wat plomper. Dat is een groter verschil dan de vorm.

En houd ze schoon met een droge doek zonder pluis. Afwasmiddelresten zijn de meest voorkomende reden dat het schuim op een geschudde cocktail meteen wegvalt — vet en zeep breken schuim af.

Veelgestelde vragen

Mag een cocktailglas in de vaatwasser?
Meestal wel, maar spoelmiddel laat een filmlaagje achter dat schuim kapotmaakt. Naspoelen en met een doek nadrogen lost dat op.
Hoe groot moet een cocktailglas zijn?
Voor drankjes zonder ijs is 150 tot 180 ml ruim genoeg. Grotere glazen verleiden tot grotere porties en de drank wordt warm voordat hij op is.
Maakt de dikte van het glas echt uit?
Voor de smaak niet, voor de beleving wel. Een dunne rand laat de drank gelijkmatiger uw mond in lopen; een dikke, opgerolde rand maakt alles wat botter.
Lees ook
IJs maakt het verschil
Basis en techniek

IJs maakt het verschil

Lees verder
Mixen voor een groep
Zelf maken en serveren

Mixen voor een groep

Lees verder